Sofie (18) was vrijwilligster bij ‘t Hofhuys. Iedere week kwam ze langs om samen met bewoners met dementie een spelletje te spelen, te wandelen of koffie te drinken. Haar vrijwilligerswerk bij Oktober was de inspiratiebron voor haar profielwerkstuk (voorstelling) met als onderwerp dementie.
“Meer dan een jaar geleden ben ik begonnen als vrijwilligster bij ‘t Hofhuys. In de krant zag ik staan dat er vrijwilligers gezocht werden. Ik had vrije tijd over dus ik dacht: ik ga het proberen. We gaan samen wandelen, drinken een kop koffie of thee of spelen een spelletje. Ik vind het erg fijn om te zien dat bewoners daar echt een lach van op hun gezicht krijgen. Soms herkennen bewoners mij nog. Daar krijg ik een warm gevoel van.
Het klinkt misschien gek, maar de bewoners voelen voor mij als een soort nieuwe vrienden. Ook al zijn ze van een hele andere generatie. Ze hebben een heel andere kijk op het leven. Ze vertellen mij nieuwe dingen. Weetjes over vroeger, maar ook verhalen over de liefde. Of ze delen hoe zij omgingen met dingen waar ze mee vastzaten. Daar leer ik dan weer van.
Voordat ik begon als vrijwilligster bij Oktober, wist ik weinig over dementie. Het leek me interessant om er meer over te weten. Het vrijwilligerswerk heeft me daar zeker bij geholpen. Ik weet nu veel meer over dementie. Ik had het wel eens met vrienden over dementie en merkte dat zij er weinig over wisten. Bij het kiezen van een onderwerp voor mijn profielwerkstuk, dacht ik: daar kan ik wel iets mee doen. En zo is het balletje gaan rollen.
Van tevoren heb ik wat onderzoek gedaan over dementie. Maar mijn profielwerkstuk vertaalde zich uiteindelijk in de voorstelling ‘Wanneer morgen zonder mij begint’. Het doel van de voorstelling was het onderwerp dementie aan het licht brengen. Het is meer dan alleen vergeten.
Maar ik wilde ook mensen raken, zodat ze er meer over na gaan denken en misschien wel dingen gaan herkennen. Deze voorstelling ging over hoe de band tussen moeder en dochter verandert wanneer moeder dementie krijgt. Problemen die vaker voorkomen bij dementie hebben we toegelicht.
Aan het eind van de voorstelling heb ik een gedicht voorgedragen, geïnspireerd op een situatie met een bewoner: het was herfst en ik liep samen met een bewoner buiten. Er vielen bladeren naar beneden. Zij vertelde me toen dat haar herinneringen leken op iets wat erg vluchtig was en zo weer wegging. Ze kon ze niet meer terughalen. Ik keek toen naar de bladeren en dacht aan wat zij me net had verteld. Toen ben ik gaan zitten en heb ik het gedicht ‘Herfst’ geschreven.”
