Hoe het allemaal begon…
Daniëlle: “Ik werk al ongeveer twaalf jaar als medewerker hulp bij het huishouden bij Oktober. Ik ben er voor de cliënten om hen te ontzorgen in de huishoudelijke taken. Het is heel dankbaar werk. De mensen zijn altijd blij als ik er weer ben.”
Fons: “Ik werk als vrijwilliger op de geriatrische revalidatieafdeling bij Floriaan. Ik heb één vast aanspreekpunt bij de fysio die mij hierin begeleidt. We overleggen dan samen wat ik die ochtend of middag kan gaan doen. Ik begeleid revalidanten vaak één op één met beweegoefeningen. Of ik maak een praatje met de mensen. Soms kennen we iemand uit hetzelfde dorp. Daardoor komen de gesprekken ook wel op gang. Het is ook maar net waar een revalidant op dat moment behoefte aan heeft of wat diegene aan kan. En ook ik merk dat revalidanten blij zijn dat ik er ben.”
Daniëlle: “Tijdens mijn werk kom ik ook veel gezichten tegen, maar ik heb wel een vast clubje cliënten waar ik werk en ik probeer ze allemaal te leren kennen. Dat vind ik ook belangrijk. Als ik binnenkom en goedemorgen zeg, komt het gesprek meestal vanzelf op gang. Het is echt ons kent ons. Als ik ergens kom, stellen ze altijd de vraag ‘’Van wie bende gij d’r inne?’’. Ze willen graag alles van je weten. Je hoeft zelf weinig moeite te doen om de cliënt te leren kennen. Dat is typisch Kempisch.”
Fons: “Ik kan goed begrijpen dat je daar als medewerker hulp bij het huishouden niet altijd de tijd voor hebt. Hoe combineer je dat dan met de werkzaamheden die je die dag moet doen?”
Daniëlle: “Ik maak er tijd voor. Je moet zoiets graag willen doen, en dat doe ik ook. Sommige cliënten hebben de thee al klaarstaan. Dan willen ze even in gesprek. Ik beperk dit natuurlijk wel tot een bepaalde tijd, want ik moet ook nog mijn werk kunnen doen. Ik werk namelijk bij meerdere cliënten op een dag. En als ik door die extra aandacht iets een keertje niet gedaan krijg, dan spreken we af dat we dat een volgende keer weer doen. Het gaat altijd in afstemming met de cliënt.”
Fons: “Tijdens mijn vrijwilligerswerk gaat dat vaak wat moeilijker. Een revalidant kan zes weken verblijven maar ook ooit twee of drie weken. Ik zie veel gezichten komen en gaan. Voor sommigen is een nieuw gezicht wel even wennen.
Maar door de mensen te vragen hoe het gaat, komt het gesprek vaak toch wel op gang. Op het moment dat ik naar huis ga, bedanken ze me altijd. En als je (oud-)revalidanten op straat tegenkomt, dan herkennen ze mij vaak nog. Mensen die je herkennen, dat is zo mooi. Het geeft veel voldoening.”
Daniëlle: “Ik ben het helemaal met je eens. Het geeft inderdaad veel voldoening. Als ik op vakantie ga, dan schrijf ik bij de cliënten op de kalender wanneer ik weer terug ben. Een cliënt had daarbij een smiley getekend, omdat ze zo blij was dat ik weer kwam. Dat is echt mooi om te zien.’’

En hoe onthoud je dan toch al die informatie?
Daniëlle: “Ik probeer wel altijd te onthouden wat cliënten te doen hebben. Bijvoorbeeld een ziekenhuisbezoek of een feestje. Dan kan ik altijd vragen hoe het was geweest. Ik probeer daarin dan belangstelling te tonen en iemand persoonsgericht te benaderen. Ik merk dat ze dat dan wel waarderen.”
Fons: “Wat inderdaad belangrijk is, is dat je de mensen kent zodat je weet hoe je op hun behoeften kunt inspelen.”
Daniëlle: “Voordat ik aan het werk ga bij een nieuwe cliënt, ga ik met diegene een gesprek aan over hun wensen. Ooit weten ze dat niet. Maar ik heb ook altijd een map bij me waar dat in staat. Als je ergens begint wordt wel benoemd welke kostbare spullen je bijvoorbeeld moet laten staan. Dat is ook iets wat je moet onthouden.”
Fons: “Het komt inderdaad niet altijd neer op het gesprek aangaan. Soms moet je ook dingen signaleren. Ik kan een vergelijking maken met hoe een revalidant vorige week was en hoe ze nu zijn. Als ik ze een volgende keer zie dan zie ik wel verschil in de persoon. Iemand die oefeningen doet zegt dan dat er bijvoorbeeld geen verbetering in zit, terwijl ik dat wel echt zie. Je ziet ook ooit aan revalidanten of het pijn doet zonder dat ze dit zelf aangeven en dan vraag ik hiernaar. De ene geeft het gauw aan en de andere geeft geen kick als het veel pijn doet.”
Daniëlle: “Als je de cliënt echt leert kennen dan wordt het werk ook een
stuk leuker. Het maakt het werk ook heel waardevol.”